Door Pascal van Eijden · 10 juli 2026 · 5 min leestijd
Kernpunten
Rondom de verduurzaming van de particuliere huursector klinkt al langere tijd de roep om een verplicht minimum energielabel, naar analogie van de label C-plicht die per 2023 voor kantoorgebouwen ging gelden. Concrete wetgeving met een harde datum en een afdwingbare norm voor particuliere huurwoningen is er op dit moment niet, maar de politieke en maatschappelijke druk om ook in deze sector een ondergrens te stellen aan de energieprestatie is reëel. Voor u als installateur is dat reden genoeg om verhuurders nu al te wijzen op het risico van woningen met label D, E, F of G, en te adviseren over welke maatregelen een labelstap mogelijk maken en tegen welke kosten.
In dit artikel leest u welke maatregelen doorgaans nodig zijn om van label D naar C te komen, waar de discussie over een verplichting voor de huursector op dit moment staat, en hoe u het adviesgesprek met een verhuurder voert op basis van rendement en terugverdientijd.
Voor kantoorgebouwen geldt sinds 1 januari 2023 al een wettelijke verplichting tot minimaal energielabel C. Voor particuliere huurwoningen bestaat een dergelijke wettelijke verplichting op dit moment niet, maar de wens om de verduurzaming van de huursector te versnellen staat wel op de politieke agenda. Voor verhuurders is het verstandig om hier tijdig op te anticiperen in plaats van te wachten op definitieve wetgeving, zeker omdat verduurzamingsmaatregelen vaak een lange voorbereidings- en uitvoeringstijd kennen.
Een energielabel wordt toegekend op basis van de EPA-methode (Energieprestatie Advies), waarin de gebouwschil, het verwarmingssysteem, de aanwezigheid van zonnepanelen en andere energiebesparende voorzieningen worden meegewogen. Het label loopt van A++++ (zeer zuinig) tot en met G (zeer onzuinig). Een woning met label D voldoet niet aan de norm; een woning met label C of hoger wel.
Ook zonder een specifieke wettelijke verplichting voor huurwoningen spelen energieprestatie en huurprijs al een rol via het puntensysteem van de Huurcommissie: een slecht energielabel kan leiden tot een lagere maximale huurprijs of een klacht van de huurder. Verhuurders die niets doen aan een slecht presterende woning lopen dus nu al een risico op de huurprijs, los van eventuele toekomstige regelgeving.
De labelstap van D naar C is sterk afhankelijk van de uitgangssituatie van de woning. Een woning met label D heeft doorgaans al enige basisisolatie (bijvoorbeeld dubbel glas, vloerisolatie of spouwmuurisolatie), maar mist nog één of twee verduurzamingsmaatregelen. De meest voorkomende combinaties om label C te bereiken zijn:
Zonnepanelen zijn voor verhuurders een aantrekkelijke maatregel omdat ze direct meetellen in het energielabel en relatief snel terugverdiend kunnen worden via een hogere huurprijs bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst. Een warmtepomp levert een grotere labelstap, maar vraagt ook een hogere investering en kan leiden tot vragen van de huurder over het comfort en de bediening van het systeem.
Let op: een energielabel is altijd een momentopname. Na een verduurzamingsmaatregel moet de verhuurder een nieuw energielabel laten opstellen door een erkend EPA-adviseur. De maatregelen die u adviseert, moeten dus ook daadwerkelijk leiden tot een aantoonbare labelverbetering — een inschatting is niet voldoende.
Ook zonder harde wettelijke verplichting zijn er situaties waarin een verhuurder verduurzaming van een huurwoning terecht uitstelt of afweegt tegen andere prioriteiten:
Juist die laatste afweging — de terugverdientijd — is voor verhuurders het meest bepalend. Een onderbouwde berekening van investering tegenover besparing en huurpotentie helpt de verhuurder een weloverwogen keuze te maken, ook zolang er geen concrete wettelijke deadline geldt.
Reken dit zelf even door
Vul postcode en jaarverbruik in en zie direct een echte berekening — gratis, geen account nodig.
Een rendementsberekening voor een verhuurder wijkt fundamenteel af van die voor een eigenaar-bewoner. De verhuurder investeert in de verduurzaming, maar profiteert niet direct van lagere energielasten — die daling komt de huurder ten goede. Het rendement voor de verhuurder zit in drie factoren:
In het adviesgesprek moet u deze drie factoren expliciete maken. Een verhuurder die alleen kijkt naar de investeringskosten, ziet de maatregel als een kostenpost. Een verhuurder die begrijpt hoe de labelverbetering doorwerkt in de huurprijs en de verhuurbaarheid, ziet de maatregel als een strategische beslissing.
Een verhuurder die nu nog woningen met label D, E, F of G in de portefeuille heeft, doet er verstandig aan om niet te wachten op definitieve wetgeving. Het adviesgesprek draait om drie kernvragen:
Een onderbouwde berekening die de labelstap, de investering en de potentiële huurprijsverhoging inzichtelijk maakt, is voor een verhuurder het verschil tussen een advies dat abstract blijft en een advies dat besluitvorming mogelijk maakt.
EnerCalculatie berekent de labelstap op basis van de ingevoerde maatregelen en toont het verwachte nieuwe energielabel in het adviesrapport. Voor verhuurders is het mogelijk om de investering te koppelen aan een realistische inschatting van de terugverdientijd via huurprijsverhoging, zodat die afweging onderbouwd gemaakt kan worden. De berekening houdt rekening met de combinatie van isolatie, zonnepanelen en verwarmingssystemen, zoals beschreven in het artikel over geautomatiseerd advies. Voor verhuurders die naast label C ook nadenken over een warmtepomp, leest u meer in het artikel over ISDE-subsidie voor warmtepompen.
3 augustus 2026
13 juli 2026
11 juli 2026
Vul postcode en jaarverbruik in en zie binnen enkele seconden een echte, live berekening — geen account, geen upload nodig. Wilt u daarna het volledige whitelabel-rapport voor uw klant? Upload dan de energienota en genereer het in 2 minuten.